Zakelijk

Hoe groot moet een zakelijke batterij zijn?

7 min leestijd

De juiste grootte van een zakelijke batterij kan niet worden afgeleid uit alleen het jaarlijkse elektriciteitsverbruik. Twee bedrijven die ieder 500.000 kWh per jaar gebruiken, kunnen een totaal andere batterij nodig hebben omdat hun vermogen gedurende de dag anders verloopt en de batterij voor een ander doel wordt ingezet.

De eerste vraag is daarom niet hoeveel kWh batterij past bij dit jaarverbruik?, maar welk probleem moet het systeem oplossen? Een batterij voor peak shaving wordt anders gedimensioneerd dan een batterij voor zonne-overschot, laadinfra of beperkte transportcapaciteit.

Een zakelijke batterij wordt gedimensioneerd op het energieprofiel en de toepassing, niet op jaarverbruik alleen.

Kort antwoord

Voor een goede dimensionering zijn altijd minimaal twee grootheden nodig. Het vermogen bepaalt hoe snel de batterij moet kunnen laden of ontladen; de energiecapaciteit bepaalt hoelang dat vermogen beschikbaar moet blijven.

Daar bovenop komt de toepassing. Voor peak shaving kijken we vooral naar piekhoogte, duur en frequentie. Bij netcongestie zijn de beschikbare transportcapaciteit en laadmomenten essentieel. Bij zonnepanelen gaat het om werkelijk overschot en later nuttig gebruik, terwijl bij laadinfra juist gelijktijdigheid, laadvensters en slim laden een belangrijke rol spelen.

ToepassingBelangrijkste data
Peak shavingpiekhoogte, duur, frequentie, gewenste maximale netafname
Netcongestiebeschikbare transportcapaciteit, tekort in kW, duur, laadmomenten
Zonnepanelenwerkelijk overschot, timing en later eigen gebruik
Laadinframaximaal laadvermogen, gelijktijdigheid, laadvensters, slim laden
Dynamische prijzenbeschikbare capaciteit, vermogen en timing
Meerdere toepassingenprioriteiten, reserves en gewenste SOC

Vermogen en capaciteit moeten bij elkaar passen

Een batterij van 200 kWh zegt nog niets over hoeveel vermogen hij op één moment kan leveren. Een systeem kan veel energie opslaan, maar toch een relatief laag laad- of ontlaadvermogen hebben. Voor de praktijk moeten beide dus passen bij het bedrijfsprofiel.

Stel dat een bedrijf gedurende vijftien minuten 100 kW tekortkomt. Theoretisch is daarvoor 25 kWh energie nodig. Houdt hetzelfde tekort twee uur aan, dan loopt de theoretische energiebehoefte op naar 200 kWh. In beide situaties moet de batterij echter ook daadwerkelijk 100 kW kunnen leveren.

Dat verschil is belangrijk. Een korte hoge piek vraagt vooral voldoende vermogen, terwijl een langdurige inzet steeds zwaarder leunt op opslagcapaciteit. Daarom is alleen een kWh-getal nooit genoeg om te beoordelen of een batterij passend is.

Kijk naar het hele profiel, niet alleen naar de hoogste piek

De hoogste historische vermogenspiek hoeft niet automatisch maatgevend te zijn. Een eenmalige uitschieter kan soms goedkoper worden opgelost door een proces anders te plannen of een laadmoment te verschuiven. Een iets lagere piek die iedere werkdag terugkomt, kan voor de businesscase veel belangrijker zijn.

We kijken daarom naar structurele pieken, uitzonderingen, duur, frequentie en oorzaak. Ook toekomstige veranderingen horen daarbij. Wanneer binnenkort elektrische vrachtwagens worden geladen of een nieuwe productielijn wordt toegevoegd, is een batterij die alleen op het historische profiel is afgestemd mogelijk al snel te klein.

Daarmee ontstaat een belangrijke balans: toekomstige groei moet worden meegenomen, maar onzekere plannen hoeven niet direct te leiden tot een veel te groot systeem. Vaak is het verstandiger om de elektrische infrastructuur en systeemarchitectuur zo voor te bereiden dat uitbreiding later mogelijk blijft.

Ook de laadcyclus bepaalt de grootte. Dimensionering stopt niet bij de vraag of de batterij één piek kan opvangen. Na die inzet moet voldoende tijd en netruimte overblijven om de batterij vóór de volgende belangrijke inzet opnieuw te laden.

De volledige cyclus is daarom:

laden → inzetten → opnieuw laden → volgende inzet

Wanneer pieken snel achter elkaar volgen en er tussendoor weinig laadruimte is, kan dezelfde batterijcapaciteit in de praktijk veel minder bruikbaar zijn dan een eenvoudige rekensom doet vermoeden. Dan kan een grotere batterij, meer laadvermogen of een andere regelstrategie nodig zijn.

Hetzelfde principe geldt wanneer de batterij meerdere functies combineert. Capaciteit die nodig is voor een verwachte productiepiek kan niet vlak daarvoor volledig worden benut voor prijsoptimalisatie of energiehandel. Het EMS moet daarom bewaken hoeveel energie werkelijk vrij beschikbaar is.

Bij zonnepanelen telt het echte overschot. Ook bij zonnepanelen is dimensioneren op één groot getal misleidend. Een zonnedak van 500 kWp betekent niet dat een batterij van 500 kWh logisch is.

Relevant is het verschil tussen de actuele opwek en het gelijktijdige bedrijfsverbruik:

PV-productie − gelijktijdig bedrijfsverbruik = werkelijk zonne-overschot

Vervolgens moet worden bepaald hoeveel kW overschot ontstaat, hoelang dat duurt en hoeveel van die energie later werkelijk nuttig kan worden gebruikt. Een bedrijf dat overdag bijna alle zonnestroom direct verbruikt, heeft voor uitsluitend zonne-opslag mogelijk veel minder batterij nodig dan een bedrijf met hetzelfde zonnedak en een laag middagverbruik.

Totale capaciteit is niet hetzelfde als vrij inzetbare capaciteit

Bij batterijsystemen kunnen verschillende capaciteitsbegrippen voorkomen: totale of nominale capaciteit, officieel opgegeven bruikbare capaciteit en het operationele SOC-venster waarin het systeem daadwerkelijk wordt gebruikt. Die begrippen mogen niet zonder toelichting door elkaar worden gehaald.

Daarnaast kan het EMS bewust een deel van de capaciteit reserveren voor bijvoorbeeld peak shaving, backupfunctionaliteit, marktverplichtingen of batterijbescherming. Een batterij met een bepaald aantal kWh heeft dus niet automatisch al die kWh op ieder moment vrij beschikbaar voor een andere toepassing.

Dit is vooral belangrijk bij systemen die meerdere doelen combineren. Peak shaving, zonne-opslag, laadinfra en energiehandel kunnen samen waarde creëren, maar dezelfde kWh kan niet tegelijkertijd volledig voor al deze functies worden gereserveerd.

Een te kleine én een te grote batterij hebben nadelen. Een te kleine batterij kan pieken niet volledig opvangen, te snel leeg zijn of te weinig operationele reserve bieden. Een te groot systeem vraagt juist een hogere investering en kan capaciteit bevatten die maar zelden wordt benut. Ook kan een groter systeem zwaardere infrastructuur vereisen.

De beste batterij is daarom niet de grootste, maar de configuratie die voldoende vaak waarde creëert voor de concrete bedrijfsdoelen.

Hoe komen we van meetdata naar een systeemconfiguratie?

In de praktijk begint de dimensionering met het bedrijfsdoel en het energieprofiel. Daarna bepalen we welk vermogen nodig is, hoeveel energie gedurende de inzet beschikbaar moet zijn en hoe snel de batterij opnieuw kan laden. Vervolgens reserveren we capaciteit voor andere functies en verwerken we verwachte groei in het ontwerp.

Pas daarna volgt de systeemconfiguratie: batterijcapaciteit, benodigd laad- en ontlaadvermogen, elektrische infrastructuur en EMS-regels moeten samen één werkend geheel vormen.

Voor de analyse gebruiken we bij voorkeur ongeveer twaalf maanden representatieve meetdata. Dat is geen absolute eis. Wanneer een bedrijf recent sterk is veranderd of binnenkort verder elektrificeert, kunnen recente metingen en toekomstgegevens belangrijker zijn dan oudere historie.

Wat betekent dit voor een modulaire Atmoce BattBank?

De Atmoce BattBank is modulair opgebouwd. Iedere BattBank-module heeft 16,08 kWh totale batterijcapaciteit. De fabrikant specificeert per module 8 kVA nominaal/continu schijnbaar vermogen en 10 kVA maximaal schijnbaar vermogen.

Een stack kan maximaal zeven modules bevatten:

7 × 16,08 kWh = 112,56 kWh totale capaciteit per stack.

Meerdere stacks kunnen afhankelijk van de technische configuratie worden gecombineerd. Die 112,56 kWh is dus het maximum van één stack, niet automatisch het maximum van een volledige zakelijke installatie.

Ook hier blijft het onderscheid tussen energie en vermogen belangrijk. kVA is niet automatisch hetzelfde als kW. Voor ieder project moet daarom worden gecontroleerd welk werkelijk actief vermogen beschikbaar is bij de relevante arbeidsfactor en systeemconfiguratie.

Veelgestelde vragen

Kan ik batterijgrootte bepalen op jaarverbruik?

Nee. Jaarverbruik laat niet zien wanneer het bedrijf vermogen nodig heeft of wanneer energie beschikbaar is om de batterij te laden.

Wat is belangrijker: kW of kWh?

Beide. kW bepaalt hoeveel vermogen de batterij kan leveren of opnemen; kWh bepaalt hoelang dat vermogen kan worden volgehouden.

Moet ik meteen rekening houden met toekomstige uitbreiding?

Ja, maar dat betekent niet dat iedere onzekere toekomstwens direct volledig moet worden voorgefinancierd. Modulariteit en een voorbereidbare infrastructuur kunnen een betere oplossing zijn.

Is de totale batterijcapaciteit volledig bruikbaar?

Niet automatisch. Dat hangt af van fabrikantgegevens, operationele SOC-grenzen en de reserves die het EMS voor andere functies moet aanhouden.

Verder lezen

Welke batterijgrootte past bij uw bedrijf?

We beginnen niet bij een gewenst aantal kWh, maar bij het bedrijfsdoel en het werkelijke energieprofiel. Daarna bepalen we hoeveel vermogen nodig is, hoelang dat vermogen beschikbaar moet blijven, hoe de batterij opnieuw kan laden en welke reserve nodig is voor andere toepassingen of toekomstige groei.

Zo ontstaat een configuratie waarin batterijcapaciteit, vermogen, elektrische infrastructuur en EMS op elkaar zijn afgestemd.