Een zakelijke batterij kan in 2026 onder voorwaarden in aanmerking komen voor fiscale voordelen of subsidie. Dat betekent echter niet dat er één algemene regeling bestaat waarbij iedere bedrijfsbatterij automatisch wordt ondersteund.
Welke regeling relevant kan zijn, hangt vooral af van waarvoor de batterij wordt ingezet, hoe het systeem technisch is ingericht en op welk moment de investering of aanvraag wordt gedaan.
Voor zakelijke batterijprojecten zijn in 2026 vooral de Energie-investeringsaftrek (EIA), Flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e) en in specifieke laadinfra-projecten SPRILA relevant om te onderzoeken.
Eerst bepalen wat de batterij technisch moet doen. Daarna controleren welke fiscale of subsidieregeling daarbij past.
Kort antwoord
De EIA is een fiscale regeling en geen directe subsidie. Voor kwalificerende investeringen mag in 2026 40% van de daarvoor in aanmerking komende investeringskosten extra van de fiscale winst worden afgetrokken.
Flex-e richt zich op organisaties met een grootverbruikaansluiting die hun elektriciteitsgebruik flexibeler willen maken. De regeling kan onder voorwaarden scans, haalbaarheidsstudies en flexibiliteitsmaatregelen ondersteunen.
SPRILA is gericht op private laadinfrastructuur. Een stationaire batterij kan daar onder voorwaarden onderdeel van zijn, maar SPRILA is geen algemene subsidie voor losstaande zakelijke batterijen.
EIA: fiscale aftrek, geen 40% terugbetaling
De Energie-investeringsaftrek verlaagt de fiscale winst wanneer een investering aan de geldende voorwaarden voldoet. Bij een kwalificerende investering van €100.000 kan in 2026 bijvoorbeeld €40.000 extra van de fiscale winst worden afgetrokken.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat de overheid €40.000 uitbetaalt. Het werkelijke belastingvoordeel hangt af van de fiscale winst, het belastingtarief, de rechtsvorm en welk deel van het project daadwerkelijk kwalificeert.
EIA betekent niet dat 40% van de investering wordt terugbetaald.
Voor zakelijke batterijen kunnen verschillende codes relevant zijn, afhankelijk van de toepassing.
EIA 251118 bij opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit
Voor een batterij die wordt gekoppeld aan duurzame opwek kan code 251118 relevant zijn. In 2026 gelden daarbij onder andere een minimaal batterijvermogen van 5 kW, minimaal 15 kWh batterijcapaciteit, duurzame opwek van meer dan 15 kW piekvermogen en de eis dat batterij en opwek op dezelfde aansluiting zijn gekoppeld.
Dat betekent niet dat automatisch iedere euro van het complete project onder deze code valt. De kwalificatie moet worden beoordeeld aan de hand van de actuele Energielijst en de concrete investering.
EIA 260101 bij marktgestuurde opslag
Code 260101 richt zich op stationaire opslag die via optimalisatiesoftware automatisch wordt aangestuurd afhankelijk van één of meer elektrische deelmarkten. Ook hier gelden onder andere minimaal 5 kW vermogen en minimaal 15 kWh capaciteit, naast eisen rond de systeemcomponenten en aansturing.
Een dynamisch energiecontract is op zichzelf niet voldoende om te concluderen dat een batterij onder deze code valt. De technische werking en daadwerkelijke marktgestuurde optimalisatie zijn bepalend.
Bij EIA is het aanvraagmoment cruciaal. Voor aanschafkosten moet de investering doorgaans binnen drie maanden nadat de investeringsverplichting is aangegaan worden gemeld. Die verplichting kan bijvoorbeeld ontstaan bij een bestelling of koopovereenkomst en hoeft dus niet samen te vallen met levering, installatie of betaling.
Dat maakt de volgorde belangrijk. Wie pas na plaatsing van de batterij onderzoekt of EIA mogelijk is, kan te laat zijn.
Flex-e bij beperkte netcapaciteit en flexibiliteit
Flex-e is gericht op organisaties met een grootverbruikaansluiting groter dan 3×80 A die flexibeler met hun elektriciteitsgebruik willen omgaan.
In 2026 kan een flexibiliteitsscan voor 50% van de kosten worden ondersteund tot maximaal €10.000 subsidie. Voor een Flex-e-haalbaarheidsstudie geldt eveneens 50% van de kosten, met een subsidiebedrag tussen €10.000 en €125.000.
Een belangrijk onderscheid is de onafhankelijkheid van de haalbaarheidsstudie. Wanneer een partij zelf leverancier is van de flexibiliteitsmaatregel, bijvoorbeeld van de batterij, mag die leverancier niet zelfstandig de volledige subsidiabele Flex-e-haalbaarheidsstudie uitvoeren. Een batterijleverancier kan wel technische specificaties, meetdata en specialistische projectinformatie aanleveren aan de onafhankelijke partij die de studie uitvoert.
Flex-e kan daarnaast ondersteuning bieden voor daadwerkelijke flexibiliteitsmaatregelen. Daarbij is het aanvraagmoment opnieuw belangrijk: wanneer de voorwaarden voorschrijven dat realisatie pas na subsidieverlening mag starten, moet daar in de projectplanning rekening mee worden gehouden.
Budgetstatus en actuele voorwaarden moeten altijd opnieuw bij RVO worden gecontroleerd voordat verplichtingen worden aangegaan.
SPRILA: alleen wanneer de batterij onderdeel is van laadinfra
SPRILA is bedoeld voor private laadinfrastructuur bij bedrijven. Een stationaire batterij kan onder voorwaarden onderdeel zijn van zo'n project, maar de regeling moet niet worden gezien als een generieke batterijsubsidie.
In 2026 bedraagt de ondersteuning voor de batterij binnen een kwalificerend project €85 per kWh voor het mkb en €60 per kWh voor het grootbedrijf. Voor de meeste ondernemers wordt daarbij over maximaal 1.000 kWh batterijcapaciteit subsidie berekend.
Er gelden inhoudelijke voorwaarden. Zo moet onder andere minimaal 70% van de uit de batterij ontladen energie aantoonbaar naar de laadstations gaan en geldt een maximale verhouding tussen vermogen en capaciteit van 0,5.
Voor aanvragen met meer dan €25.000 subsidie is het bovendien belangrijk dat de aanvraag vóór de definitieve investeringsverplichting wordt gedaan. Ook hier kan dus een verkeerd gekozen volgorde ervoor zorgen dat een project niet meer kwalificeert.
Als praktisch startpunt kan per toepassing eerst naar de volgende regeling worden gekeken:
| Situatie | Regeling om eerst te onderzoeken |
|---|---|
| Zonnepanelen + batterij voor opslag van eigen duurzame opwek | EIA 251118 |
| Marktgestuurde batterij met optimalisatiesoftware | EIA 260101 |
| Grootverbruiker met netcongestie of flexibiliteitsvraagstuk | Flex-e |
| Laadplein + batterij | SPRILA |
| Algemene zakelijke batterij zonder passende toepassing | niet automatisch subsidiabel |
De tabel is een startpunt, geen kwalificatiegarantie. De concrete techniek, investering en actuele regeling blijven bepalend.
Subsidie mag de batterijgrootte niet bepalen
Een groter subsidiabel systeem is niet automatisch een betere investering. De batterij moet eerst worden afgestemd op energieprofiel, vermogen, capaciteit, laadmogelijkheden, bedrijfsdoelen en toekomstige groei.
Pas daarna is het logisch om te bekijken welke delen van dat technisch passende ontwerp in aanmerking kunnen komen voor fiscale ondersteuning of subsidie.
Subsidie kan een goede batterij-investering aantrekkelijker maken. Subsidie maakt een verkeerd gedimensioneerd systeem niet automatisch goed.
Ook de rolverdeling moet duidelijk zijn. Beter Stroom kan de technische kant ondersteunen met dimensionering, systeemontwerp, productspecificaties, vermogensgegevens, meetdata en offertes. De fiscale positie, formele subsidiabiliteit, EIA-melding, staatssteunregels en subsidieaanvraag horen bij de ondernemer en waar nodig een fiscalist of subsidieadviseur.
Bij een subsidiabele Flex-e-haalbaarheidsstudie kan bovendien een onafhankelijke adviseur nodig zijn vanwege de onafhankelijkheidseis. Die rolverdeling voorkomt dat technisch advies en formele subsidiebeoordeling onterecht als hetzelfde worden gezien.
Regelingen en budgetten veranderen. Controleer de actuele voorwaarden daarom altijd opnieuw vóór het aangaan van een definitieve investeringsverplichting.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 23 augustus 2026.
Veelgestelde vragen
Krijg ik via EIA 40% van mijn batterij terug?
Nee. Het gaat om een extra fiscale aftrek van kwalificerende investeringskosten, niet om een uitbetaling van 40% van de investering.
Komt iedere zakelijke batterij voor EIA in aanmerking?
Nee. De batterij, toepassing en investering moeten voldoen aan een relevante code en de actuele voorwaarden uit de Energielijst.
Is een dynamisch energiecontract voldoende voor EIA 260101?
Niet automatisch. De technische inrichting en automatische optimalisatie afhankelijk van een elektrische deelmarkt zijn bepalend.
Kan Beter Stroom zelf een Flex-e-haalbaarheidsstudie uitvoeren?
Niet wanneer Beter Stroom als leverancier van de flexibiliteitsmaatregel optreedt en de studie als subsidiabele Flex-e-haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd. Wel kan Beter Stroom technische projectinformatie aanleveren.
Is er subsidie voor een batterij bij zakelijke laadpalen?
SPRILA kan onder voorwaarden relevant zijn wanneer de batterij daadwerkelijk onderdeel is van een kwalificerend private-laadinfrastructuurproject.
Verder lezen
Zakelijke batterij: kosten en terugverdientijd
Wat kost een zakelijke batterij en hoe berekent u de terugverdientijd? Lees welke kosten, besparingen, vermeden investeringen en inkomsten de businesscase bepalen.
6 min leestijdLees artikel ZakelijkZakelijke batterij en netcongestie: wat kan wel en wat niet?
Kan een zakelijke batterij helpen bij netcongestie? Lees wat een batterij wel en niet oplost, hoe transportcapaciteit werkt en welke data nodig zijn.
7 min leestijdLees artikel ZakelijkZakelijke batterij bij zonnepanelen: wanneer is opslag interessant?
Veel zonnepanelen betekenen niet automatisch dat een grote batterij nodig is. Het werkelijke zonne-overschot, het laadvermogen en de latere energievraag bepalen hoeveel opslag waarde kan toevoegen.
7 min leestijdLees artikel